Het Circus Maximus

In het gebied tussen de Palatijn en de Aventijn bevond zich een circus dat werd gebruikt voor wagenrennen met name quadrigae. Deze rennen zijn terug te voeren tot Tarquinius Priscus, hoewel Romulus er naar verluidt zelf is mee gestart, beginnend met de vierring die op de Sabijnse maagdenroofvolgde. Later werden rennen een vaste traditie bij de Magni, de Romeinse Spelen. Het circus besloeg een enorme oppervlakte: het was meer dan 600 meter lang en ruim 100 meter breed, en bood ruimte aan circa 150.000 toeschouwers, een aantal dat tot 380.000 steeg in de 4e eeuw. Aanvankelijk moet de structuur nogal provisorisch zijn geweest, met eenvoudige houten stoelen. Maar al snel, nadat de rivier die de vallei doorkruiste gekanaliseerd was, werden echte stenen tribunes gebouwd. In de 4e eeuw v.Chr. werden de carceres (startplaatsen voor strijdwagens) toegevoegd. De cavea bestond uit drie verdiepingen, de bovenste was waarschijnlijk van hout. In het midden van het circus stond een extreem lange spina (een muur tussen de arena's), die in de loop der eeuwen werd verfraaid met kunstwerken en monumenten. De obelisk van Ramses II van Heliopolis (nu op de Piazza del Popolo) werd hier in 10 v.Chr. geplaatst en in de 4e eeuw werd de obelisk van Thuthmosis III van Thebes teogevoegd (te zien op de Piazza di San Giovanni in Laterano). Het midden omvatte ook zeven eieren die werden gebruikt om de rondjes te tellen die de quadrigae hadden gemaakt; Agrippa liet zeven bronzen dolfijnen toevoegen, die dezelfde functie hadden. In de loop der tijd werden vele monumenten, nissen en kleine heiligdommen op de spina geplaatst. Aan het eind liet Claudius bronzen metae maken, kegelvormige constructies die het keerpunt voor de strijdwagens markeerden. In het midden van de ronde, zuidelijke kant was een deur, die in de 2e eeuw v.Chr. werd vervangen door de Boog van Stertinus; later, rond 81 n.Chr., werd die boog vervangen door een andere, die de senaat opdroeg aan keizer Titus, ter herinnering aan zijn overwinningen op de joden. Aan de oostaknt, onder aan de Palatijn, liet Augustus de Pulvinar bouwen, een platform dat van oorsprong was ontworpen als heilig domein. Dit werd niet zozeer door de keizer en zijn gevolg gebruikt als wel door de goden die de spelen bijwoonden en beschermden. Nu is alleen nog een groot veld te zien dat de afdruk van het circus perfect toont en wat overblijfselen van de korte kanten en de carceres. Opgravingen die hier werden gedaan, moesten door zware overstromingen worden onderbroken.