HET PANTHEON

Met Hadrainus werd teruggekeerd naar het Classicme, dat ooit ook Augustus politiek en kunstbeleid had gekenmerkt. De stijl is hier echter nieuw, meer ecletisch, en neigt tot vermenging van Griekse en Romeinse voorbeelden. Als keizer die meer op stabiliteit dan op expansie was gericht, kwam Hadrianus politiek ook naar voren in de kunst, die hij zelf met grote interesse volgde. Dit was onderdeel van een poging een gezamenlijke identiteit voor alle regio's van het keizerrijk te vinden en op die manier het rijk bijeen te houden. Het Classicisme voldeed hieraan, ook al werden er vooral in de architectuur nieuwe oplossingen gebruikt. de recontructie van het Pantheon maakte hier onderdeel van uit. Deze tempel werd in 27 v.Chr. tussen de Thermen van Agrippa en de Thermen van nero gebouwd door Agrippa. het Pantheon werd gewijd aan alle goden, maar in het bijzonder aan Mars en Venus, de beschermers van het Julische geslacht. Hadrianus bracht radicale wijzigingen aan in het oorspronkelijke bouwwerk: hij wijzigde niet alleen de plaats (de façade werd vermoedelijk 180° naar het noorden gedraaid), maar ook het uiterlijk van het bouwwerk, dat tot op heden bewaard is gebleven. Het heeft een diepe pronaos, met een zuilengalerij met een fronton erboven, en een ronde hal met een hoog gewelf. Voor het gebouw lag een groot plein met zuilenrijen. Het plaveisel van het plein was oorspronkelijk een meter lang dan tegenwoordig; het gezichtsveld van iemand die het plein oversteekt, was vroeger dus anders. Het ronde deel aaan de achterzijde van de pronoas was bijvoorbeeld niet volledig zichtbaar, terwijl de pronoas uitstekend paste als functioneel element dat is verbonden met de andere portieken. De binnenste cirkel moet voor een naderende persoon als een verrassing tevoorschijn zijn gekomen. De pronoas, die ongeveer dateerde uit de tijd van de eerste tempel Agrippa heeft een façade met acht grijze, granieten zuilen aan de buitenzijde en twee rijen van vier zuilen aan de binnenkant, een schip en drie zijbreuken vormend. Het fronton was oorspronkelijk versierd met een gekroonde adelaar. Achteraan bevond zich een bakstenen constructie met twee zijtrappen die naar het gewelf liepen, dat verbonden was met de hal. De toegang werd gevormd door een grote bronzendeur. De koepel zelf is een cilindervorm met een diameter van 150 Romeinse voet (ongeveer 44 meter). De gebruikte verhoudingen zijn bewonderenswaardig. Binnen zijn alle oppervlakken gebogen en de muur is gevormd uit drie op elkaar liggende gedeelten die door lijsten worden gescheiden. In de hal bevinden zich diverse nissen, afwisselend rond en rechthoekig. De centrale exedra wordt voorafgegaan door twee zuilen; tussen de exedra's bevinden zich acht nissen die worden ondersteund door kleine zuilen met daarboven timpanen, die afwisselend driehoekig en halfrond zijn. De tweede rij heeft blinde ramen ondersteund door Corintische zuilen met pilasters. Bovenaan eindigt het gebogen oppervlak met de koepel. De koepel is in een keer ingestort op een houten raamwerk en verfraaid met vijf rijen concentrische cassetten die naar de middelopening (9 meter) toe steeds smaller worden, wat de cilindervorm benadrukt. Vanuit technisch oogpunt is dit monument zeer vernieuwend: het bouwwerk kan worden beschouwd als zichzelf ondersteunend en rust volledig op de basisring en de stevige fundering. Daarbij wordt de druk verdeeld door de binnenste nissen en bogen. Het Pantheon is nog bijna helemaal intact, was hoofdzakelijk komt door de latere transformatie (609 n.Chr.) tot de Kerk van Santa Maria Ad Martyres, nadat keizer Phocas het gebouw had geschonken aan Bonifatius IV.