HET THEATER VAN MARCELLUS

Caesar maakte een begin en Augustus voltooide de bouw in 13 v.Chr. Hij wijdde het theater aan zijn neef en aangewezen opvolger Marcellus, die op jonge leeftijd overleed. Voor de verschillende delen van het monument zijn diverse technieken en materialen gebruikt: travertijn voor de cavea, opus quadratum in tufsteen voor de radiale muren en ambulatoria, opus caementicium voor de binnenzijde en opus reticulatum voor de buitenmuren. Buiten was de cavea oorspronkelijk meer dan 30 meter hoog. hij bestond uit 41 door pilaren ondersteunde bogen. De drie verdiepingen hadden elk een andere stijl: de eerste was Dorisch, de tweede lonisch en de bovenste, die niet bewaard is gebleven, Corinthisch. Deze verschillende stijlen hadden voornamelijk een esthetisch doel, aangezien de bogen de belangrijkste steun vormden. Langs de bogen waren marmeren theatermaskers aangebracht. Er is weinig overgebleven van de binnenzijde. Het is bekend dat er een diepe exedra was waarin twee kleine altaren stonden die mogelijk twee tempels vervingen (Diana en Pietas) die waren verwijderd om plaats te maken voor het theater. Aan beide zijden bevonden zich twee apsissen. Men schat dat deze belangrijke theaterzaal, een van de drie permanente theaters in het oude Rome, plaats kon bieden aan twintigduizend mensen. Binnen werden toeschouwers van elkaar gescheiden volgens een door Augustus opgelegde hiërachie. Het verste deel, boven, was bestemd voor vrouwen, buitenlanders en slaven, en het deel dat zich het dichtst bij het toneel bevond voor inwoners van Rome. Vanaf de straat is alleen nog maar een deel van de oorspronkelijke buitenste façade van het theater zichtbaar, die eerst in de 13e eeuw is omgebouwd tot een stadsvesting en in de 16e eeuw tot paleis door Baldasarre Peruzzi.